| |
"Het
is oktober 1998. Na heel vervelende zomermaanden, waarin ik haast geen
stap kon verzetten en mijn spraakvermogen sterk achteruit was gegaan,
zat ik op mijn verjaardag tegenover de internist. Die had een leuk cadeautje
voor me: "Uw schildklierwaarden zijn niet goed. U zult voortaan
medicijnen moeten slikken. Doet u dat trouw elke dag, dan leeft u verder
alsof er niets aan de hand is." Zonder verdere toelichting gaf
hij me een recept voor 100 mcg Thyrax (T4) per dag. |
| |
|
Hypo
maar niet Happy bedankt ALLE website- en forumbezoekers voor het delen
van hun ervaringen, in het bijzonder de mensen die dit werk in wording
kritisch doornamen en van commentaar hebben voorzien. Zonder jullie
hulp en enthousiasme waren deze protocollen niet tot stand gekomen. |
| |
|
Vragen,
opmerkingen, aanvullingen, commentaar? Laat het weten door het contactformulier in te vullen. Ook artsen die willen reageren worden uitgenodigd om een bericht naar Hypo maar niet Happy te sturen. Reacties van medici zullen, uiteraard met toestemming van de betreffende auteur, gepubliceerd worden op de website van de belangengroep. |
|
|
|
Deze protocollen gaan uitsluitend
over de behandeling met schildklierhormoon van volwassen mensen die alleen
primaire hypothyreoïdie hebben. 'Primair' wil in dit verband zeggen dat
een stoornis van de schildklier zelf de oorzaak van de hypothyreoïdie
is. Behandelingen met schildklierhormoon die buiten deze protocollen vallen Ligt de oorzaak van de hypothyreoïdie in de hypofyse (secundair) of de hypothalamus (tertiair), dan is de behandeling ingewikkelder omdat naast de schildklier ook de bijnieren en soms ook andere hormoonklieren niet goed meer worden aangestuurd. Ook andere ziekten, zoals hartziekten of diabetes, kunnen de behandeling van hypothyreoïdie compliceren. Begeleiding van een deskundige arts is in deze gevallen zeer belangrijk. Na verwijdering van de schildklier in verband met schildklierkanker wordt schildklierhormoon niet alleen geslikt om hypothyreoïdie te bestrijden, maar ook om de groei van eventueel achtergebleven tumorresten te vertragen. Hierdoor wijkt de behandeling af van de gebruikelijke behandelwijze van hypothyreoïdie. Hypothyreoïdie bij kinderen, al dan niet aangeboren (CHT), vraagt om verschillende redenen een iets andere aanpak dan bij volwassenen. Kinderen worden intensiever begeleid, onder andere omdat 'de groei' regelmatige dosisaanpassingen vereist. Soms is hypothyreoïdie tijdelijk, bijvoorbeeld als er sprake is van een post partum thyreoiditis of de ziekte van De Quervain. In bepaalde gevallen van tijdelijke hypothyreoïdie wordt wel enige tijd schildklierhormoon gebruikt maar meestal wordt afgewacht of spontaan herstel van de schildklierfunctie optreedt. Hypothyreoïdie kan ontstaan door gebruik van bepaalde medicijnen, zoals lithium of amiodaron. Omdat meestal niet gestopt kan worden met dergelijke middelen zal de behandeling van de hypothyreoïdie wat anders verlopen. Ook de behandeling van hypothyreoïdie tijdens de zwangerschap wijkt af van de gebruikelijke gang van zaken en wordt in het onderdeel Dosisaanpassingen van de protocollen kort besproken. Begeleiding door een ervaren specialist op het gebied van schildklierziekten en zwangerschap is altijd aangewezen. In uitzonderlijke gevallen is nadat de diagnose hypothyreoïdie is gesteld onmiddellijk ingrijpen met soms grote hoeveelheden schildklierhormoon noodzakelijk. Dit is het geval bij de ontdekking van hypothyreoïdie bij baby's (om hersenbeschadiging te voorkomen), bij zeer ernstige hypothyreoïdie (als de patiënt in coma is of dreigt te raken) en bij vrouwen die ten tijde van de diagnose zwanger zijn (om een miskraam en ontwikkelingsstoornissen bij het kind te voorkomen). Deze acute gevallen behoren altijd in handen te zijn van een ervaren specialist. Nogmaals, alle hierboven genoemde situaties vallen buiten de behandeling zoals beschreven in deze protocollen. Andere medicijnen Interacties van schildklierhormoon met andere medicijnen worden in deze protocollen soms kort genoemd, maar de verzameling is bij lange na niet compleet. Raadpleeg altijd bijsluiters, apotheek en arts als er verschillende medicijnen naast elkaar gebruikt worden. Arts Deze protocollen kunnen de adviezen en voorschriften van een deskundige arts niet vervangen. Ze zijn bedoeld om een idee te geven van hoe een verantwoord doseerschema eruit zou kunnen zien. Wanneer er bij vergelijking van de protocollen met de voorschriften van een arts (grote) verschillen bestaan, is het verstandig de arts hierover te bevragen. Patiënten doen er goed aan om bij problemen, onduidelijkheden, onverwachte effecten enzovoorts altijd contact op te nemen met de behandelend arts. Afwijzing van aansprakelijkheid Hoewel de protocollen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid zijn samengesteld, kunnen fouten niet worden uitgesloten. Hypo maar niet Happy kan dan ook niet aansprakelijk worden gesteld voor het volgen van de hier gegeven richtlijnen. |
| |
|
Schildklierhormonen
spelen overal in het lichaam een zeer belangrijke rol. Zij zetten het
lichaam aan tot actie en energieverbruik. Zonder deze hormonen kan een
mens niet leven en een teveel of tekort eraan veroorzaakt grote gezondheidsproblemen.
|
| |
|
Nadat
de diagnose hypothyreoïdie is gesteld behoort tijdens het instellen
op schildklierhormoon regelmatig onderzoek plaats te vinden.
* Bovengrens TSH aangepast
naar aanleiding van nieuwe A.A.C.E. richtlijn *5)
België |
| |
|
Tijdstip van inname van schildklierhormoon T4 wordt zeer matig door de darmen opgenomen en de opname wordt door veel stoffen geremd. Het is daarom van belang T4 minimaal een half uur vóór het ontbijt op de nuchtere maag in te nemen. Eénmaal per dag T4 slikken is voldoende voor stabiele bloedwaarden: de halfwaardetijd (= de tijd waarna de helft van de gebruikte dosis uit het bloed verdwenen is) van T4 is ongeveer een week. T3 wordt direct vrijwel volledig opgenomen, de aanwezigheid van voedsel in de maag speelt geen rol. De halfwaardetijd van T3 is echter veel korter dan die van T4, ongeveer een dag. Daarom moet de dosis T3, zodra er meer dan ongeveer 6,25 mcg (een kwart tablet Cynomel, een halve 'grain' Armour of thyreoïdum) gebruikt wordt, over minimaal 2 keer worden verspreid. Anders kunnen er problemen ontstaan door te hoge T3-bloedspiegels kort na inname en te lage niveau’s lang na inname. Voor de meeste mensen zijn rond het ontbijt en halverwege de middag de beste momenten om T3 in te nemen. Dosis vergeten? Bij vergeten van de dosis 's ochtends kunnen schildklierhormonen gerust later op de dag alsnog ingenomen worden, al is dan de opname in de darmen niet zo optimaal. Bij uitsluitend T4-gebruik kan de volgende dag eventueel een dubbele dosis worden ingenomen, maar in de opbouwfase is dat niet aan te raden. Probeer een manier te vinden om vergeten te voorkomen. Regelmaat loont. Inname met andere medicijnen Sommige medicijnen mogen niet tegelijk met schildklierhormoon worden ingenomen. Als het goed is, waarschuwt de apotheek hiervoor. Vraag er voor de zekerheid even naar. Belangrijk: ijzer- en calciumpreparaten (dus ook multi-vitaminen!) belemmeren de opname van het schildklierhormoon T4. Neem deze daarom nooit samen met schildklierhormoon in, maar pas (veel) later op de dag. Is er een maximumdosis? Er is geen exacte maximumdosis in aantal microgrammen T4 of T3 of in hoeveelheid dierlijk schildklierhormoon aan te geven. Er zijn immers erg veel factoren die een rol spelen: in welke mate de schildklier zelf nog hormoon produceert, leeftijd, gewicht, voeding, beweging, zwangerschap, klimaat enzovoorts. Het doel van de behandeling is om in alle weefsels van het lichaam weer de juiste hoeveelheid schildklierhormoon te brengen. Bij sommigen wordt die situatie al bereikt bij een relatief lage dosering, anderen hebben juist een verhoudingsgewijs hoge dosering nodig om weer optimaal te functioneren (zie ook Gemiddelden? Iedereen is uniek). Wel is er natuurlijk een persoonlijk maximum: wie blijft 'hyperen' slikt teveel schildklierhormoon. Overigens kan deze persoonlijke maximale dosis veranderen in de tijd, bijvoorbeeld als de schildklier verder achteruit gaat. Gemiddelden? Iedereen is uniek Vaak wordt bij het vaststellen van de uiteindelijke dosering gebruik gemaakt van 'formules' die de hoeveelheid schildklierhormoon die iemand nodig heeft berekenen aan de hand van het lichaamgewicht: vermenigvuldig gewicht in kilogram met het getal 2 (of 1,6 of een zelfde soort redenering voor dierlijk schildklierhormoon). De uitkomst van de som bepaalt dan de hoeveelheid T4 in microgram (of de hoeveelheid dierlijk schildklierhormoon in milligrammen of 'grain') die dagelijks nodig is. Deze methode werkt niet. Dergelijke formules zijn gebaseerd op gemiddelden en daarbij wordt vergeten dat de spreiding rondom die gemiddelden erg groot is: sommige mensen hebben veel minder nodig dan gemiddeld, anderen veel meer. Daarnaast wordt schildklierhormoon door de één beter opgenomen uit de darmen dan door de ander. Verder hangt de behoefte aan schildklierhormoon ook af van de mate waarin de schildklier nog zelf hormonen maakt en van verschillende andere factoren (zie ook Is er een maximumdosis?). Voor het vinden van een persoonlijke optimale dosering is een getal voor de gemiddelde mens, met een gemiddelde leeftijd, een gemiddelde darmopname en een gemiddelde niet-werkende schildklier dus volkomen nutteloos. Herkennen van overdosering ('hyperen') 'Hyperen' is het voortdurend aanwezig zijn van symptomen en klachten van een teveel aan schildklierhormoon. Ondanks een zorgvuldige behandeling kan het voorkomen dat op zeker moment (een beetje) teveel schildklierhormoon gebruikt wordt. Het is belangrijk om daar niet mee rond te blijven lopen, maar contact op te nemen met de arts. Nogmaals, de klachten bij overdosering zijn voortdurend aanwezig, dus geen halfuurtje. Met name bij dosisveranderingen kunnen er tijdelijk wat 'hyperverschijnselen' optreden omdat het lichaam (even) moet wennen aan de nieuwe hoeveelheid schildklierhormoon, maar dit is echt wat anders dan overdosering. Om overdosering te herkennen volgt hieronder een lijstje met veel voorkomende verschijnselen: - snelle hartslag (aanhoudend boven de 100 slagen per minuut); - het onaangenaam warm hebben; - overmatig zweten over heel het lichaam; - voortdurend dorst hebben; - abnormaal angstig, zenuwachtig of agressief zijn zonder reden; - gejaagdheid, prikkelbaarheid; - slapeloosheid; - fijne trillingen van de vingers; - diarree; (veel) vaker dan gebruikelijk naar de WC gaan; - sterk vermageren ondanks meer eten etc. Sommige van bovenstaande klachten kunnen ook bij hypothyreoïdie aanwezig zijn, wees dus vooral bedacht op nieuwe verschijnselen. Daarbij heeft iedereen zijn eigen manier van 'hyperen'. Overgevoeligheid Soms zijn mensen overgevoelig voor de vulstoffen in een tablet. Kleurstoffen, lactose en gluten zijn beruchte struikelblokken. Huiduitslag kan wijzen op overgevoeligheid. Overstappen op een ander merk, waar de stof die de reactie uitlokt niet in zit, is dan een oplossing. Overstappen op een ander merk schildklierhormoon In principe kan zonder problemen worden overgestapt naar een ander merk T4 of T3, bijvoorbeeld van Thyrax naar Euthyrox of van Cytomel naar Cynomel.*8) De werkzame stof is immers dezelfde. Echter, door een andere samenstelling van de tablet kunnen toch kleine verschillen optreden. Voor mensen die hier gevoelig voor zijn, is het advies steeds bij hetzelfde merk te blijven. |
| |
|
Als
de diagnose hypothyreoïdie is gesteld, kan meestal direct worden
begonnen met de behandeling met schildklierhormoon. Er zijn echter een
paar zaken om op bedacht te zijn. Bijnierwerking De bijnierwerking van mensen die zeer langdurig en/of zeer ernstig hypothyreoot waren is niet zelden (sterk) verminderd. Het is dan ook van het grootste belang dat zorgvuldig wordt gecontroleerd of de bijnieren ook (tijdelijk) behandeling behoeven. Als in geval van trage bijnieren toch besloten wordt om de behandeling met schildklierhormoon te starten zonder het (tijdelijk) gebruik van hydrocortison (bijnierschorshormoon), behoort het instellen nóg langzamer dan gebruikelijk te verlopen. Wanneer de hypothyreoïdie een gevolg is van de ziekte van Hashimoto, en dat is vrijwel altijd het geval, dan bestaat bovendien een licht verhoogde kans op de aanwezigheid van een auto-immuunziekte van de bijnieren (chronische bijnierinsufficiëntie of ziekte van Addison). Is hiervan sprake, dan moet uiteraard eerst met de bijniermedicatie gestart worden. Vitamine B12-tekort Het is belangrijk om bij de diagnose hypothyreoïdie ook het vitamine B12-gehalte in het bloed te bepalen. Vaak wordt een tekort gevonden. Dit kan een gevolg zijn van de (langdurig) vertraagde stofwisseling, maar ook wijzen op de aanwezigheid van pernicieuze anemie, een auto-immuunstoornis van de B12-huishouding, die relatief vaak voorkomt in combinatie met hypothyreoïdie. Behandeling met regelmatige injecties B12 is dan aangewezen. Het bijslikken van vitamine B12 helpt in dit geval niet omdat de maag niet in staat is om (voldoende) B12 op te nemen. Een laag B12-gehalte dat niet veroorzaakt wordt door een auto-immuunstoornis van de B12-huishouding kan soms wél verbeteren door het bijslikken van deze vitamine. Het verdient aanbeveling om bij blijvende klachten ondanks goede instelling op schildklierhormoon opnieuw B12 te laten bepalen. Ook wanneer na verloop van tijd weer klachten ontstaan is het verstandig om de mogelijkheid van een (relatief) vitamine B12-tekort te overwegen. 9*) Andere auto-immuunziekten Hypothyreoïdie wordt meestal veroorzaakt door een auto-immuunziekte (ziekte van Hashimoto), en de aanleg voor het krijgen van zo’n ziekte kan erfelijk bepaald zijn. Bovendien verhoogt het hebben van een auto-immuunziekte de kans om nog een auto-immuunziekte te krijgen. Het is belangrijk hierop bedacht te zijn, opdat tijdige diagnose en behandeling kan plaatsvinden. Andere auto-immuunziekten zijn bijvoorbeeld pernicieuze anemie, de ziekte van Graves (veroorzaakt hyperthyreoïdie), de ziekte van Addison (chronische bijnierinsufficiëntie), vitiligo (pigmentstoornis), diabetes mellitus type I (insuline afhankelijke diabetes) en reumatoïde artritis. Vrijwel alle auto-immuunziekten komen vaker bij vrouwen voor dan bij mannen. Andere ziekten en interacties met medicijnen Zoals gezegd, de aanwezigheid van andere ziekten naast hypothyreoïdie en/of gebruik van bepaalde medicijnen kan de behandeling met schildklierhormoon compliceren. Verwijzing naar een specialist kan noodzakelijk zijn. |
| |
|
Het
starten van de behandeling met schildklierhormoon *2) Algemeen wordt, ongeacht welke soort schildklierhormoontabletten worden gebruikt, een langzame start van de behandeling aangeraden: beginnen met een lage dosis en dan geleidelijk aan in kleine stappen verhogen. Het opbouwen van de dosis in kleine stappen is noodzakelijk omdat het lichaam na een langdurig tekort weer langzaam moet wennen aan normale hoeveelheden schildklierhormoon. Bij te snelle opbouw van de dosis kunnen bijvoorbeeld hartkloppingen en/of een versnelde hartslag, overmatig transpireren, nervositeit en spierpijnen optreden. Een tweede reden om langzaam op te bouwen is dat van te voren niet bekend is welke dosis uiteindelijk dagelijks nodig is. Door langzaam op te bouwen wordt deze optimale dosis 'als vanzelf' gevonden. Bij te grote aanvangsdoses of ophogingen gebeurt het vaak dat mensen doorschieten naar overdosering, vervolgens weer teveel minderen, enzovoorts. Deze schommelingen van 'hypo' naar 'hyper' en terug zijn erg belastend. Met name psychische klachten kunnen hierdoor verergeren. Schommelingen moeten dus waar mogelijk voorkomen worden. Instellen in 3 fases: van start tot minimumdosis, streefwaarden bereiken en fijn-instellen Bij het instellen moet een evenwicht gevonden worden tussen de wens het tekort aan schildklierhormoon zo spoedig mogelijk op te heffen en anderzijds te snel handelen te voorkomen. De dosis schildklierhormoon die iemand nodig heeft is immers niet van te voren bekend (zie ook Gemiddelden? Iedereen is uniek). Wel is het mogelijk om de dosis die iemand minimaal nodig heeft te 'voorspellen' aan de hand van de TSH-waarde bij diagnose: iemand met een TSH-waarde van 70 heeft aan 25 mcg T4 zeker niet genoeg, maar iemand met een TSH van 5 misschien wel (maar misschien ook niet!). Tot deze minimumdosis kan zo snel mogelijk worden opgehoogd zonder kans op doorschieten naar teveel. Een tweede reden om gebruik te maken van een minimumdosis is dat de fase van start tot minimumdosis niet steeds met 6 weken (de tijd die schildklierhormoonspiegels nodig hebben om stabiel te worden) onderbroken hoeft te worden voor bloedonderzoek. Daarom wordt voor alle soorten schildklierhormoonsubstitutie een minimumdosis genoemd en wat 'zo snel als verantwoord ophogen' is. Ophogen tot het bereiken van de minimaal benodigde dosis is fase 1 van het instellen. Na het afsluiten van fase 1 volgt na 6 weken bloedonderzoek. Eerder bloedonderzoek doen heeft geen zin omdat de bloedwaarden (TSH, FT4, (F)T3) dan nog niet gestabiliseerd zijn. Bij bloedonderzoek tijdens het instellen hoort ook een gedegen evaluatie van de klachten: is er al verbetering opgetreden? (zie ook Onderzoek) Wat optimale bloedwaarden zijn, verschilt per individu. Er zijn echter wel enkele algemene richtlijnen te geven. Zo voelt vrijwel iedereen met hypothyreoïdie zich pas beter als de TSH-waarde is gedaald tot onder de 2 (mU/l). Ook voor FT4- en (F)T3-waarden zijn er richtlijnen, maar deze hangen af van de soort schildklierhormoonsubstitutie die wordt gebruikt (zie Streefwaarden bij T4-gebruik en Streefwaarden bij gebruik van T4 + T3 en Bloedwaarden bij gebruik van dierlijk schildklierhormoon of een T4/T3-combinatietablet). Het bereiken van de algemene streefwaarden is fase 2 van het instelproces. Zowel in fase 1 als 2 kan het voorkomen dat de klachten plotseling (sterk) gaan verbeteren. Is deze verbetering nog volop in gang als het volgens het schema tijd is voor een nieuwe ophoging, stel die dan even uit. Op deze manier krijgt het lichaam tijd om te herstellen. Als de klachten niet meer (sterk) verbeteren maar ook niet helemaal verdwenen zijn, ga dan weer verder met ophogen volgens schema. Als de 'bij benadering goede dosis' is bereikt, breekt fase 3 aan: het fijn-instellen. Aanpassing van de dosis schildklierhormoon gebeurt nu alleen nog op geleide van klachten en symptomen: bij blijvende 'hypoverschijnselen' de dosis wat verhogen, bij aanhoudende 'hyperverschijnselen' de dosis (weer) een beetje omlaag. Over het algemeen komen eerst de bloedwaarden binnen normale grenzen te liggen (zie ook Referentiewaarden), pas enige tijd daarna wordt het maximale effect van het gebruik van schildklierhormoon bereikt. Meestal verbeteren eerst de lichamelijke klachten, naderhand pas de psychische klachten. Doorgaans neemt het 4 tot 8 maanden tijd vooraleer de goede dosis gevonden is. Daarbij is het van belang te weten dat de eerste verbeteringen zelden binnen 2 weken, soms pas na 6 weken of nog later kunnen optreden. Wanneer een hypothyreoïdie zeer langdurig aanwezig is geweest (zelfs langer dan 10 jaar!) en/of zeer ernstig was (FT4 < (lager dan) 5 pmol/l) kan, ondanks een goede instelling op schildklierhormoon, volledig herstel wel enkele jaren vergen. Hashimoto Een complicerende factor bij het instellen is soms een 'actieve Hashimoto'. Bij de ziekte van Hashimoto gaat de schildklier (vaak geleidelijk) steeds verder achteruit. Tijdens deze achteruitgang kunnen korte perioden van 'hyperen' optreden: door het ontstekingsproces in de schildklier komen soms plotseling grote hoeveelheden schildklierhormoon vrij in het bloed. Meestal vindt dit alleen plaats in de beginperiode van de ziekte. Het gaat vanzelf over als er minder en minder gezond schildklierweefsel overblijft. Niettemin kan het heel vervelend zijn en soms ontstaat het gevoel steeds achter de feiten aan te rennen. Overdosering tijdens instellen Ook tijdens voorzichtig instellen kan het zijn dat op zeker moment (iets) teveel schildklierhormoon wordt geslikt (zie ook Herkennen van overdosering). Klachten van overdosering komen soms in lichte mate voor gedurende 1 tot 2 dagen na verhoging van de dosis. Dit hoeft niet onmiddellijk te verontrusten, maar kan wel verwarrend zijn. Als de klachten verergeren of langer dan 2 dagen aanhouden, dan is het belangrijk contact op te nemen met de arts en de dosis schildklierhormoon te verlagen tot de dosis van vóór de verhoging. Wacht 1 à 2 weken af en probeer het opnieuw, eventueel met een half zo grote verhoging als eerder. Kwetsbaren opgelet Bij het noemen van doseringen wordt onderscheid gemaakt tussen (jonge) mensen die verder niets mankeren en kwetsbaren: ouderen, hartpatiënten en mensen die zeer langdurig (zelfs langer dan 10 jaar!) of zeer ernstig hypothyreoot (FT4 lager dan 5 pmol/l) waren. Hoe kwetsbaarder, des te langzamer de behandeling moet worden gestart. Ook het overstappen van de ene soort medicatie op de andere moet bij kwetsbaren zeer voorzichtig gebeuren. Uiteraard is de begeleiding van een deskundige arts onontbeerlijk. |
| |
|
Bij de meeste
mensen bij wie hypothyreoïdie wordt geconstateerd zal behandeling
ingezet worden met synthetisch T4 (= levothyroxine, merknamen
Thyrax, Euthyrox, Eltroxin). Bijzonderheden Het instellen op schildklierhormoon na behandeling van hyperthyreoïdie met radioactief jodium (= RAI ofwel 'de slok') of schildklierremmers en na een schildklierverwijderende operatie kan vaak sneller gaan dan hieronder beschreven omdat meestal maar korte tijd een hormoontekort heeft bestaan. Het lichaam hoeft dan niet langzaam te wennen aan een normale hoeveelheid schildklierhormoon. Fase 1: starten en ophogen tot de minimumdosis Aanvangsdosis 25 mcg; kwetsbaren 12,5 mcg; bij vroegtijdige diagnose of bij jonge, verder gezonde mensen eventueel 50 mcg. Ophogen Elke 14 dagen met 12,5 mcg of elke 21 dagen met 25 mcg. Minimumdosis bij T4-gebruik *10)
Bloedonderzoek |
| |
|
Sommige
artsen en patiënten kiezen gelijk voor een combinatiebehandeling
met aparte tabletten T4 (levothyroxine; merknamen Thyrax, Euthyrox,
Eltroxin) en T3 (liothyronine; merknamen Cytomel, Cynomel, Thybon).
Ook hier geldt uiteraard: langzaam opbouwen. Het eerste effect van een verandering in dosering is meestal pas na enige tijd waarneembaar. Voor het maximale effect bereikt is duurt vaak nog langer. Fase 1: starten en ophogen tot de minimumdosis Om te starten is een T4/T3-verhouding van ongeveer 8 : 1 (dus 50 mcg T4 voor elke 6,25 mcg T3 die geslikt wordt) een goede richtlijn. Zorg dat de T4/T3-verhouding altijd minimaal 4 : 1 is (dus minimaal 25 mcg T4 voor elke 6,25 mcg T3 die geslikt wordt). Ook bij het instellen op T4 + T3 moet in kleine stappen worden opgehoogd naar de minimumdoseringen uit de tabel. Verdeel de minimumdosis in stappen van 12,5 (kwetsbaren) à 25 mcg T4 en stappen van 5 à 6,25 mcg T3; kwetsbaren eventueel 2,5 à 3,125 mcg T3. Start met één stap, en hoog dan elke 2 à 3 weken op met een volgende stap, totdat de minimumdosering bereikt is. Voorbeeld De opbouw van de minimumdosis 50 mcg T4 + 6,25 mcg T3 wordt verdeeld in twee stappen van 25 mcg T4 (kwetsbaren: vier stappen van 12,5 mcg T4) en één stap van 6,25 mcg T3 (kwetsbaren: twee stappen van 3,125 mcg T3). Het bereiken van deze minimumdosis gebeurt dus in 3 à 6 (kwetsbaren) stappen. Minimumdosis bij T4 + T3-gebruik *11)
Na het bereiken van de
minimumdosis 6 weken wachten, dan is het tijd om bloed te laten prikken. Is
er een ideale verhouding T4 : T3? |
| |
|
|
Er
zijn ook tabletten in de handel die zowel T4 als T3 bevatten.
Starten met 15 mg (¼
'grain') per dag, gedurende 14 à 21 dagen, Minimumdosis bij gebruik van Novothyral-100 *11)
Opbouwschema
Novothyral-100 ArmourThyroid |
| |
|
Er
kan twijfel zijn over de diagnose hypothyreoïdie als niet of nauwelijks
afwijkende bloedwaarden worden gevonden en andere oorzaken uitgesloten
werden, terwijl er wel duidelijke klachten en symptomen van hypothyreoïdie
aanwezig zijn. Bij twijfel over de diagnose hypothyreoïdie kan een proefbehandeling gedaan worden. Zo’n proefbehandeling moet minimaal zes maanden duren, liever een jaar. Dit omdat positieve reacties enige tijd op zich kunnen laten wachten. Mocht de proef een averechts effect hebben, dan kan er natuurlijk wel eerder gestopt worden. Tijdens de proefbehandeling kan blijken dat mensen niet gebaat zijn bij het gebruik van schildklierhormoon en dus kennelijk geen hypothyreoïdie hebben. Soms reageren mensen goed op een beetje schildklierhormoon en soms hebben mensen 'veel' schildklierhormoon nodig. Ook bij een proefbehandeling moet dus gezocht worden naar de optimale dosis schildklierhormoon, het uitproberen van één enkele dosis is niet voldoende. Omdat de uitslagen geen duidelijke afwijkingen laten zien, zijn de bloedtesten in deze gevallen vaak niet behulpzaam bij het vinden van de juiste dosis. De waarnemingen en klachten van de patiënt zijn daarom de belangrijkste leidraad bij de behandeling. Overigens, als de proefbehandeling 'aanslaat', en er dus inderdaad sprake is van hypothyreoïdie, zijn na verloop van tijd vaak wél veranderingen in de bloedwaarden waar te nemen. Een goede aanpak kan zijn om in kleine stappen op te hogen (elke drie weken een beetje erbij), met af en toe een pauze van 6 weken om te zien wat het bereikte resultaat van de proefbehandeling is. Zolang geen negatieve effecten optreden, kan met beleid verder worden verhoogd. Zodra er sprake is van 'hyperen': een stap terug doen in de dosis en afwachten hoe dat bevalt. Ook gebruik van T3 naast T4 moet bij een proefbehandeling niet worden uitgesloten: juist een beetje T3 kan het verschil tussen gezond en ziek betekenen. |
| |
|
|
Overstappen
van de ene soort schildklierhormoonsubstitutie op de andere, hoe pak je
dat aan? Bij alle aanwijzingen is er, tenzij anders vermeld, van uitgegaan dat de patiënt goed ingesteld is vóór de overstap. |
| |
|
|
Bij
de overstap van uitsluitend T4 op T4 + T3 in losse tabletten, is het niet
altijd even duidelijk of en hoeveel T4 (aanvankelijk) geminderd moet worden
om tot een optimale dosering te komen. Er zijn mensen die T3 gewoon kunnen toevoegen aan hun vaste dosis T4, anderen moeten (veel) voorzichtiger te werk gaan. Niet te grote stappen ineens nemen en goed registreren welk effect T3-gebruik oplevert is belangrijk. Bij optimale instelling op T4 (TSH < 2, FT4 hoog-normaal) geldt in het algemeen: 100 mcg T4 moet vervangen worden door 50 à 100 mcg T4 + 12,5 mcg T3 *8). Bijvoorbeeld: 125 mcg T4 wordt vervangen door 75 à 125 mcg T4 + 12,5 mcg T3. De dosis T3 wordt verdeeld in 2 keer 6,25 mcg (zie ook Tips bij T3-gebruik). Mensen die optimaal ingesteld zijn op T4 en minder dan 100 mcg T4 slikken, kunnen beter 50 mcg T4 vervangen door 25 à 50 mcg T4 + 6,25 mcg T3. Voorbeeld: 75 mcg T4 wordt vervangen door 50 à 75 mcg T4 + 6,25 mcg T3. Begin nooit met meer dan 12,5 à 15 mcg T3, deze hoeveelheid is voor de meeste mensen genoeg. Starten met meer T3 geeft meestal problemen ('hyperen', sterke schommelingen over de dag). T4 minderen? Of, en hoeveel T4 er geminderd moet worden is niet goed te voorspellen, maar er zijn wel wat aanwijzingen die van nut kunnen zijn. Mensen die 'niet kunnen hyperen' op T4, dat wil zeggen dat ze ook bij een hoge dosis T4 geen 'hyperklachten' krijgen, hoeven meestal geen T4 te minderen. Mensen die 'snel hyperen' op T4, dat wil zeggen dat zij bij een beetje teveel T4 duidelijke 'hypersymptomen' krijgen, moeten juist wél de maximale hoeveelheid T4 minderen bij het gaan gebruiken van T3. Mensen die nog niet optimaal zijn ingesteld op uitsluitend T4, maar toch al overgaan op T4 + T3 doen er goed aan om geen T4 te minderen. T3 wordt in dit geval dus toegevoegd aan de bestaande dosis T4. Beginnen met maximaal 6,25 mcg T3 per dag, later eventueel tweemaal daags 6,25 mcg. Na de eerste 'gok' is het zaak opnieuw te gaan 'fijn-instellen'. Voorbeelden van omschakelen van T4 naar T4 + T3 Patiënte B. gebruikt nu 125 mcg T4 en is goed ingesteld (TSH < 2 mU/l, FT4 > 16 pmol/l) maar houdt klachten. Verhogen van de dosis T4 had niet het gewenste resultaat: een verhoging van slechts 12,5 mcg T4 leidde al tot 'hyperen'. Zij wil nu T4/T3-combinatietherapie proberen. B. is 30 jaar en verder gezond. Ze lijkt T4 goed in T3 om te zetten, want 'hypert' al bij iets teveel T4. Daarom stapt ze in één keer over van 125 mcg T4 naar 75 mcg T4 plus tweemaal 6,25 mcg T3. De eerste week met wisselend resultaat, maar daarna voelt ze zich stukken beter. Na drie maanden wordt besloten om de T4-dosis met 12,5 mcg te verhogen om het laatste restje vermoeidheid weg te krijgen, met succes. Patiënte P. is de zus van patiënte B. Ze gebruikt nu 75 mcg T4 en is nog niet helemaal goed ingesteld. Haar TSH-waarde is 2,3 mU/l als ze wil overstappen op T4 plus T3 vanwege het succes van deze behandeling bij haar zus. P. gaat naast haar T4-dosis 6,25 mcg T3 slikken. Na zes weken wordt bekeken of verdere verhoging van T4 en/of T3 nodig is. Patiënt M. gebruikt 200 mcg T4 zonder dat het enig effect lijkt te hebben, hij blijft hypothyreoot. 'Hyperen' heeft hij nog nooit gedaan. Hij begint met 2 maal daags 6,25 mcg T3 en blijft daarbij 200 mcg T4 slikken. Er treedt nauwelijks verbetering op. Daarom wordt de T3-dosis verhoogd tot twee maal 12,5 mcg T3 en dit heeft wel effect. M. begint op te knappen, maar het moet nog beter kunnen. Voor het eerst heeft hij het gevoel dicht tegen een te hoge dosis aan te zitten. Daarom wordt nu de dosis T3 verhoogd naar drie maal daags 12,5 mcg T3 terwijl de T4 geminderd wordt naar 175 mcg. Bij deze dosering voelt M. zich gaandeweg een ander mens. Patiënte S. wil graag T3 proberen maar heeft een grote angst: 'hyperen'. Ze is altijd erg ziek van 'hyperen', terwijl ze van een klein T4-tekort alleen maar moe is. Daarom pakt zij de overstap als volgt aan. Ze vermindert haar dosis T4 met 12,5 mcg. Na een week begint ze moe en koud te worden. Op dat moment begint ze met 3 mcg T3 (in capsules van de apotheek). Weer een week later verlaagt ze haar T4-dosis opnieuw met 12,5 mcg. Na een week wordt ze weer 'hypo' en gaat ze twee maal daags 3 mcg T3 slikken. Op deze dosis blijft ze zes weken zitten. S. bemerkt verbetering van haar psychisch vermogen ('helder hoofd') maar blijft moe, en daarom wordt de T4-dosis opnieuw verhoogd met 12,5 mcg. Na 6 weken voelt ze zich beter dan vóór ze met T3 begon, maar nog niet zo goed als ze zou willen. Daarom gaat ze nu opnieuw volgens hetzelfde schema T4 verlagen en T3 ophogen. Al met al is ze ruim 6 maanden verder eer ze haar optimale dosis T4 plus T3 bereikt heeft, maar zonder een seconde 'gehyperd' te hebben. Aanvangsproblemen bij T3 gebruik Kortstondig wat 'hypo' of 'hyper' zijn, omdat de balans tussen de hoeveelheden T4 en T3 nog niet helemaal klopt, is meestal niet te voorkomen. Sommige mensen voelen zich erg slecht bij een beetje teveel T4, anderen hebben juist meer last bij te weinig T4. Geeft teveel T4 snel last van 'hyper'-klachten? Dat is een reden om meer T4 te minderen en/of eerst T4 te minderen en pas na 2 à 10 dagen T3 erbij te gaan slikken. Zo wordt 'hyperen' voorkomen maar de kans op ‘hypo’-klachten wordt wat groter. Geeft te weinig T4 snel last van 'hypo'-klachten? Dat is een reden om minder T4 te minderen en/of eerst T3 erbij te gaan slikken en de T4 langzaam af te bouwen tot het gewenste niveau. Zo worden 'hypo'-klachten voorkomen maar de kans op (even) 'hyperen' neemt wat toe. Veel last van zowel 'hypo'- als 'hyper'-klachten? Dat is een reden om over te stappen met hele kleine dosisveranderingen. Laat de apotheek capsules maken met een kleine inhoud T3 (bijvoorbeeld 3 of zelfs 2 of 1 mcg) en gebruik 25 mcg tabletten T4 die in vieren gebroken kunnen worden. Wie stapsgewijs overgaat: leer van de eerste aanpassing hoeveel T4 er geminderd moet worden per hoeveelheid T3 erbij. Mensen die haast hebben en wel tegen een 'hypo- of hyperstootje' bestand zijn, hoeven deze maatregelen niet te nemen, en kunnen in één keer overstappen. Bij het voortduren van 'hyperklachten' moet de dosis omlaag, bij 'hypoklachten' moet de dosis worden verhoogd. In beide gevallen geval eerst minder/meer T4 proberen, pas als dat niet werkt minder/meer T3 gaan gebruiken. Bij het beginnen met T3 kunnen bijvoorbeeld verschijnselen als hoofdpijn en gejaagdheid optreden. Een oplossing kan zijn om T3 na het ontbijt te nemen, dit zorgt voor een ietwat vertraagde opname. Soms helpt het om de T3-dosis in een aantal porties over de dag te verdelen. Omdat bovenstaande klachten vaak binnen enkele weken spontaan verdwijnen is het verstandig om even af te wachten. Zelfs als in één keer de goede hoeveelheid T4 wordt ingeruild voor T3, kunnen in het begin 'hypo'- en/of 'hyper'-symptomen (soms door elkaar) optreden. Dit is meestal binnen 14 dagen voorbij. Als deze klachten langer aanhouden moet er waarschijnlijk iets worden aangepast in de verhouding T4/T3. Wanneer effect? Veel mensen merken snel het effect van T3, maar dit geldt niet voor iedereen. Het kan tot wel 2 maanden duren voor een duidelijk of optimaal effect merkbaar is, zelfs al heeft u meteen de goede dosis te pakken. Is het zoeken naar de juiste dosis, dan zal het vaak nog wat langer duren. Neem dus de tijd voor de overstap en raak niet ontmoedigd als u even moet wachten op resultaat. |
| |
|
|
Overstappen
van uitsluitend T4 op een T4/T3-combinatietablet verloopt op dezelfde
manier als overstappen op losse tabletten: elke 100 mcg T4 wordt vervangen
door een halve tablet (= 50 mcg T4 + 10 mcg T3) à een hele tablet
(= 100 mcg T4 + 20 mcg T3) Novothyral-100. Zie ook Instellen
op Novothyral-100 voor meer aanwijzingen. Bij gebruik van een hogere dosis dan 100 mcg T4 verdient het aanbeveling de omschakeling in 2 of meer stappen, met tussenpozen van 14 à 21 dagen, te doen. Als de T4/T3-verhouding (5 : 1 in Novothyral-100) niet optimaal is, kan wat aparte T4 toegevoegd worden. |
| |
|
| |
|
|
Om
'uit te rekenen' hoeveel dierlijk schildklierhormoon de synthetische
T4/T3-combinatie moet vervangen is het handig te weten dat de werking
van T3 grofweg 4 x zo sterk als die van T4. |
| |
|
|
Mensen die willen overstappen van dierlijk schildklierhormoon op synthetisch T4 + T3 in losse tabletten of op een synthetische T4/T3-combinatietablet (Novothyral) kunnen gebruik maken van bovenstaande beschrijvingen in omgekeerde volgorde. |
| |
|
Als
een optimale instelling bereikt is kan de frequentie van de controles
door de arts omlaag. |
| |
|
In
een aantal gevallen zal het door veranderde omstandigheden nodig zijn
om aanpassingen in de dosis schildklierhormoon te maken. Hieronder de
belangrijkste. |
| |
|
Het
belang van een goede instelling op schildklierhormoon is vanzelfsprekend. |
| |
|
*1)
Uitgebreidere informatie over de schildklier, schildklierhormonen en
hypothyreoïdie is te vinden in de Hypo maar niet Happy-informatiemap,
te bestellen via de website van Hypo
maar niet Happy |
|
|
© 2003 Hypo maar niet Happy |