Dit verslag is eigenlijk mijn levensverhaal.
Mag ik andere mensen helpen zodat ze géén hooibergen hoeven te doorzoeken om achter de oorzaak van hun malaise te komen?

Ik heb geprobeerd om met dit verhaal, aan een ieder die te kampen heeft met gezondheidsproblemen, het volgende duidelijk te maken: blijf vertrouwen op je intuïtie. Een moeder maakt zich niet voor niets zorgen. Ze wil niets liever dan kunnen zeggen dat het prima met haar kind gaat.

Aan alle artsen zou ik willen zeggen: u koos voor uw studierichting, wij niet voor de ziekte. U kunt zich permitteren om van alles tegen ons te zeggen, maar wij niet tegen u. Het zou onze behandeling in gevaar brengen. Wij zijn afhankelijk van u! U niet van ons. Luister! Onze gezondheid hangt mede af van u communicatieve vaardigheden.

Verslag opgemaakt september 2003.

Mijn kind heeft iets... en ik zoek me rot maar ik weet niet wat...

het is een speld in een hooiberg......

Janneke

Janneke is geboren op 24-11-1983. De bevalling verliep zonder problemen. Janneke had een extra duim, een zus van mijn man had dit ook. Vanaf het begin had ik zorgen om Janneke, maar ja het was mijn eerste...

De borstvoeding kwam moeilijk op gang, ze weigerde regelmatig te drinken en ze zoog niet krachtig. Het viel me op dat ze haar linker lichaamshelft veel minder gebruikte. Ze kreeg op aanraden van de kinderarts fysiotherapie vanaf dat ze vijf en een halve maand oud was. Ik vond haar een slappe baby. Toen ze zeven maanden oud was moest ik bijvoorbeeld haar hoofd nog steeds ondersteunen. Ze was heel schrikachtig, zelfs tijdens oogcontact schrok ze nog als we met haar begonnen te praten. Janneke jengelde veel, was naar mijn idee gauw moe, het was een kind wat ik het liefst maar weer naar bed bracht.

Het eerste jaarschoven wij alles af op het tanden krijgen. Dit ging moeizaam en traag. De eerste tand kwam door toen ze negen maanden oud was. Een half jaar lang was er alleen een gaatje te zien voordat de bewuste tand ook maar in zicht kwam.

Zo nu en dan had ze moeite met haar ademhaling, net alsof ze niet door kon ademen. Aanvalletjes van een minuut of vijf. Toen ze veertien maanden oud was had ze zo'n aanval die anderhalf uur duurde, was daarbij bleek, koud, rillerig en helemaal klam van het zweet.

Motorisch gezien was ze laat, met negen maanden rolde ze zichzelf om, ging zitten met veertien maanden en liep pas net voor haar tweede verjaardag.

Haar links / rechts verschil verbeterde met up's en down's. Naar aanleiding van deze links/ rechts verschillen werd in oktober '84 een (Janneke is dan bijna een jaar oud), E.E.G. en een C.T.-scan gemaakt. Er werden geen afwijkingen gevonden. De kinderarts zag géén problemen in het lusteloze gedrag van Janneke.

April '85 werd ik meer en meer ongerust over haar omdat ze altijd zo moe was, veel huilde zonder dat wij er een oorzaak voor konden vinden. Van alles probeerde ik om Janneke te activeren maar niets scheen haar te boeien.

Augustus '85, nog in mijn kraamdagen van onze tweede dochter, kreeg Janneke een aanval wat veel op een stuip leek. Ze had periodes waarin ze apathisch was, het lukte dan niet om contact met haar te krijgen. In die tijd werd er weer een E.E.G. gemaakt, er waren wel wat schommelingen op te zien, maar dat was normaal voor die leeftijd zei de kinderarts.

Steeds weer vertel ik over haar lusteloosheid. Wat ik ook probeerde, ze speelde eigenlijk nooit, lag veel met haar duim in de mond op de grond.

Al met al meldde ik in April '86 aan de kinderarts dat ik het helemaal niet goed met haar vond gaan. Hij vond van wel en Janneke hoefde pas over een jaar terug te komen. Wat voelde ik me machteloos. Je raakt verward en bent geneigd het op het kind [Janneke] af te reageren.

Men vertelde mij steeds dat alles normaal met Janneke was. Daarom verwachtte ik ook dat ik ons tweede kind, Marian ook van alles moest leren. Maar haar ontwikkeling ging allemaal vanzelf! Ik hoefde Marian helemaal het kruipen niet te leren...

Juli '86 belanden we in het Academisch Ziekenhuis te Groningen omdat ik dacht dat Janneke misschien een MBD-kind (MBD = minimal brain damage) zou zijn. M.B.D. kinderen zijn vaak hyperactief. Ik dacht misschien bestaat het tegenovergestelde ook wel en heeft Janneke een dergelijke stoornis wat haar apathische, lusteloze gedrag kan verklaren. Daar vond de Professor, dat ze wel wat achterstand had wat haar grove motoriek betrof, mentaal leek ze ook wat achter, maar al met al werd Janneke een gezond kind bevonden en met een beetje geduld zou het allemaal wel over gaan...

Ons geduld was op. Maar vlot na het bezoek in Groningen kreeg ik een ingeving om Janneke geen melk meer te geven. En toen gebeurde er voor ons een wonder, het werd een ander kind! Vrolijk en de hele dag spelen! Ze stapte toen voor het eerst van een stoeprand af. Totdat het jammer genoeg september weer bergafwaarts ging. [Tot op de dag van vandaag begrijp ik nog steeds niet de link met melk en de verandering in haar conditie].

In november '86 vertelde ik de melkervaringen aan de kinderarts. Hij wilde het uitproberen door middel van diëten. Echter, het bleef zeer wisselend met Janneke gaan.

Ze ging inmiddels naar de Peuterschool en de leidster vond dat Janneke ongeveer een jaar achterstand had vergeleken bij haar leeftijdgenootjes, motorisch ongeveer zeven á acht maanden.

In april '87 vertelde ik de kinderarts dat ik vond dat er aan mijn eigenlijke zorgen wat betreft Janneke haar lusteloosheid weinig aandacht was besteed. Hij vond van niet en wilde haar lichamelijk helemaal nakijken en dat is ook gebeurd. Er werden weer geen afwijkingen gevonden. Hij zei niet in Voedsel intolerantie te geloven maar vond ons rijp voor een psycholoog. Het zou ook heel goed het probleem van de moeder kunnen zijn.

De huisarts verweet mij dat ik mijn kind alles wel wilde aandoen om mijn eigen zin te krijgen. Machteloos voelde ik me, temeer omdat voor mijn gevoel de tijd begon te dringen. Janneke kreeg op deze manier niet de kans om zich goed te ontwikkelen, ze raakte steeds meer achterop. Door de zorgen om Janneke en de 'fantastische' begeleiding van de heren medici raakte ik zwaar overspannen. Een jaar lang gespecialiseerde gezinshulp en antidepressiva hielpen mij er langzaam aan weer bovenop.

Mijn vertrouwen in de artsen was tot een minimum gezakt en ik besloot naar een Homeopathisch arts te gaan. Bij deze man zijn we een behoorlijke tijd onder behandeling geweest. Hij heeft achteraf bekeken ons er een tijdlang door heen gesleept. Ik kon er ook mijn verhaal en zorgen kwijt. Het bleef echter heel wisselend gaan met Janneke. Ze bleef heel traag en langzaam.

We veranderden van huisarts. En deze nieuwe huisarts had een eigenschap die naar mijn idee belangrijker is dan kennis of wat dan ook. Hij kon luisteren en gaf mij niet het idee dat ik een gestoorde overbezorgde moeder was.

Toen in de zomer van 1991 bleek dat Janneke een lambliasis [parasiet] besmetting in de darmen had, dacht ik weer de boosdoener te hebben gevonden. Maar ook na de bestrijding van deze parasiet bleef Janneke lusteloos, futloos en niet te activeren.

Over de eerst 2 lagere schooljaren (groep drie en vier) deed Janneke 3 ½ jaar. De schoolbegeleidingsdienst zag géén problemen maar ik wel. Aan het eind van groep 3, Janneke is dan 7 ½ jaar, vroeg ik advies bij een school voor speciaal onderwijs. Ze werd getest en bleek een leerachterstand te hebben van 2 jaar en werd meteen op een MLK- school geplaatst.

In deze periode opperde ik het idee bij de huisarts of ze misschien een stofwisselingstoornis had in verband met haar intolerantie voor melk. Ze is in het Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht een week opgenomen geweest en uitvoerig onderzocht maar weer werd er niets gevonden.

Op school maakten ze mij regelmatig attent op het feit dat Janneke futloos is en altijd in de stoel hangt. Men schrijft in verslagen dat ze een trage indruk maakte.

In juni '94 (Janneke was toen 10 jaar) werd er bij mij hypothyreoïdie geconstateerd. Klachten: moe, bijna niet meer kunnen praten, gewrichtsklachten, myxoedeem, haaruitval, menstruatieklachten, depressies vooral rond de tijd van menstruatie, concentratieproblemen. Let op! Mijn waarden waren bijna niet meer te meten en had ondertussen de 'klassieke' klachten die horen bij hypothyreoïdie. Maar dit was natuurlijk veel eerder begonnen met vage vreemde klachten.

In mijn Medisch Zakwoordenboek, kwam ik bij het onderwerp Hypothyreoïdie veel herkenning tegen wat betreft Janneke. Bijvoorbeeld ook het feit dat ze géén wenkbrauwen heeft en ook het trage doorkomen van haar tanden en kiezen. Na TSH-bepaling vertelde de huisarts mij indertijd dat de uitslag niet afwijkend was.

Een tijdje later bleek mijn jongste zus als 24- jarige vervroegd in de overgang te zijn. En ook werd tijdens de vele onderzoeken duidelijk dat ze een te traag werkende schildklier had.

Voor mij was dit een reden om tot op de bodem uit te zoeken of Janneke toch niet ook een schildklierprobleem zou kunnen hebben. Ik zocht contact met de Schildklierstichting. Via hen kreeg ik het adres van een endocrinoloog en hem schreef ik maart '95 het hele levensverhaal van Janneke. Ik kreeg een brief terug met enkele vragen en het verzoek bloedplasma en een urinemonster op te sturen. Dit is gebeurd maar verder hoorde ik er niets meer van en was in de veronderstelling dat Janneke dan toch echt géén schildklierafwijking zou hebben.

Na de MLK-school jaar ging ze naar het Voortgezet Speciaal Onderwijs in Heerenveen. Ook hier op school vertelden de leerkrachten mij dat Janneke weinig energie heeft. Ze had gemiddeld nu een leerachterstand van ongeveer 4 jaar.

Ze menstrueerde vanaf haar 11-de, vaak en zeer hevig. [4 weken achtereen!] Ze is daarom ondanks haar jonge leeftijd maar aan de pil gegaan.

Ooit zei een huisarts tegen mij. Je komt er niet achter wat jou dochter scheelt. Het is een speld in een hooiberg.... 'Ik kom erachter, ik kom erachter!' verzekerde ik hem...

Uiteindelijk ben ik in april 1998 weer naar de huisarts gegaan en weer heb ik verteld hoe moe Janneke (inmiddels 15 jaar) altijd is. Hij besloot haar weer op van alles en nog wat te laten prikken met als resultaat dat toen toch de diagnose hypothyreoïdie werd gesteld. Ze bleek een TSH waarde van 9.0 te hebben!

Achteraf bleek dat ze 2 jaar eerder een TSH waarde had van 4.7, waarvan ik nu weet dat die waarde ook al te hoog was maar door veel artsen als normaal wordt beschouwd.

Na de diagnose van Janneke haar hypothyreoïdie wilde ik voor onderzoek terug naar het WKZ in Utrecht. Ik wilde weten wat er al die jaren met onze dochter aan de hand was geweest. Van tevoren stuurde ik een uitgebreid verslag over onze dochter en al onze belevenissen. Vanaf dat ze 6 weken oud was heb ik regelmatig mijn zorgen op papier gezet. Dit bezoek aan een kinderendocrinoloog was een drama. Als eerste werd ons verteld dat er geen fouten waren gemaakt. Janneke kon onmogelijk klachten hebben bij zulke weinig afwijkende waarden. Ook de eerder 'normale' waarden van 4.7 gaven aan dat bij Janneke de schildklier altijd goed had gewerkt, verzekerde men ons.

Of er fouten waren gemaakt was onze vraag niet. Wij wilden weten wat er aan de hand was geweest. Zij bleven bij hun standpunt en ik was totaal overdonderd.

Het enige wat deze arts wist te onderbouwen dat Janneke geen aangeboren schildklierstoornis had. [Janneke heeft als baby ook een hielprik gehad] Bloedonderzoek wees uit dat Janneke haar hypothyreoïdie had verworven. Mijns inziens is 'verworven' ook een week na een geboorte, of 2 of 3 weken.

Onze toenmalige huisarts vertelde ons dat hun antwoord ongegrond was omdat er in het verleden geen schildklier onderzoek had plaats gevonden. En hij zei: dat wanneer ik dacht dat de dosis thyrax verhoogd moest worden dan deden we dat.

En vanaf dat moment, nu 5 jaar geleden, heb ik niet weer een arts hoeven raadplegen omdat Janneke zo lusteloos is! Ze is actief en vrolijk en zit zelfs 's avonds na een drukke dag nog lekker te knutselen. Voor mij is dat het bewijs dat ik toch gelijk had, dat Janneke haar schildklier van het begin af aan niet goed gewerkt heeft.

Voor mij tevens het bewijs, ik ben er van overtuigd, dat ze zich beter had ontwikkeld wanneer ze van het begin af aan Thyrax had geslikt. Was Janneke tijdens haar hele baby, peuter, kleuter en verdere levensperiode zo actief geweest dan nu dan was er nooit en te nimmer achterstand in ontwikkeling geweest.

Momenteel heeft ze als 20-jarige een WAJONG-uitkering [Wet Arbeidsongeschiktheid JONg Gehandicapten] en met behulp van die uitkering heeft ze werk. Janneke is zich heel goed bewust van haar beperkingen en het doet mij ongelooflijk veel pijn dat ze nu haar verdere leven voor een deel afhankelijk zal zijn van anderen met de wetenschap dat dit niet had gehoeven temeer omdat onze belevenissen afgelopen maanden onverwacht een staartje kregen...

Petra

Kun je klachten hebben bij 'goede' waarden? Nou en of!

De laatste maanden heb ik helemaal met eigen ogen kunnen zien hoe ziek iemand kan zijn met waarden die nog als 'goed' worden beschouwd!

Onze jongste dochter begon 4 jaar geleden met klachten over haar gewrichten. Eerst de rug, daarna de knieën, dan weer haar handen en voeten. Een afstand lopen ging niet. Gezellig winkelen werd meestal voortijdig gestopt omdat Petra niet meer kon lopen. Ze moest meer en meer pijnstillers slikken vanwege haar gewrichtsklachten. Caesar therapie bracht wel verbetering in haar houding maar niet in haar pijnklachten. Het verraderlijke was dat de pijnklachten ook wel eens een tijdlang wegbleven. Bezoeken aan huisarts en orthopeed brachten aan het licht dat het groeipijn of iets dergelijks van tijdelijke aard zou zijn. Ik zelf bleef volhouden dat de mate van pijn niet in overeenstemming was met de diagnose groeipijn. Zo nu en dan klaagde ze over benauwdheid en duizeligheid. Langzaam kwam daar het afgelopen jaar hoofdpijn bij. De prestaties op school veranderden van goed tot onder de maat. Ach, dachten wij, de verandering van Lagere school naar het Voortgezet en de pubertijd zullen daar wel debet aan zijn. Maar haar persoontje werd ook meer en meer onzeker. De keuze bijvoorbeeld tussen een rood of een groen truitje, daar kwam ze niet meer uit. Ze kreeg een negatief zelfbeeld, vriendinnen vonden haar stom, vertelde ze, er was niemand die met haar om wilde gaan.

In mei werd ik door school gebeld met het verzoek om Petra maar op te halen, ze voelde zich lang niet goed. Benauwd, het zweet stond haar op het voorhoofd. Ik verdacht haar van hyperventileren en zo belandden we weer bij de huisarts. Maatschappelijk werk werd ingeschakeld.

Maar haar toestand verslechterde alleen maar. Van de huisarts moest ik haar activeren maar ze was zo ziek dat ze echt niet meer naar school kon. En daar lag ze, op de bank, knallende hoofdpijn, beroerd, misselijk en duizelig en moe. School belde weer en nu met de mededeling dat Petra, wanneer ze nog meer zou verzuimen ze misschien nóg een niveau naar beneden moest [van Havo/ MAVO naar VMBO].

Ineens kreeg ik een helder ogenblik...

In April waren we al eens bij de huisarts geweest. De afgelopen jaren was het een komen en gaan van nieuwe huisartsen en we vonden dat deze vrouw toch ook onze geschiedenis moest weten. En toch ook weer proberen duidelijkheid te krijgen over Janneke en haar ontwikkeling in verband met de schildklier. Het hele verslag van Janneke haar geschiedenis had ik naar haar opgestuurd. Nog een hele brief erbij om duidelijkheid te verschaffen ook in verband van mijn ongerustheid over Petra haar gewrichtsklachten. Zou Petra het ook aan de schildklier kunnen hebben? Mijn man en ik hebben samen een dubbel consult gehad om over alles te praten. En nog zei ze naderhand: 'Het is dat u er op staat dat Petra onderzocht moet worden op haar schildklierfuncties, maar voor mij hoeft het niet'. Ja, dan moet je weer even slikken en toch je eigen gevoel volgen!

Ik hoorde niets over een afwijkende TSH waarde en was nog vol vertrouwen. Geen bericht, goed bericht. Ik wilde geloven dat ik goed begrepen werd. Maar toen Petra zo ziek was en zienderogen achteruit ging, heb ik toch gevraagd hoe de uitslag van haar TSH was. Die was goed werd mij verteld. Maar ik vroeg toch om de waarden aan mij door te geven. Petra haar TSH was 3.52, wat mij op dat moment niets zei.

Ooit was ik op Internet iets tegengekomen over die schildklierwaarden wat ik vervolgens had uitgeprint en goed had opgeborgen...... Het bleek een waardetabel te zijn van de website 'Hypo maar niet happy' waarin duidelijk werd vertelt dat bij normale waarden mensen evenzogoed klachten kunnen hebben. Voor mij werd het duidelijk. De puzzel klopte! Volgens mij was ook Petra haar schildklier te traag. En zo ben ik weer naar de huisarts gegaan.

Hij wilde een eventuele proefbehandeling alleen onder supervisie van een kinderarts laten gebeuren. En tussen neus en lippen door opperde hij dat misschien toch een psychologisch onderzoek ook wel een idee was...

Gelukkig konden we na een week, 18 juni 2003 al bij de kinderarts terecht. In de wachtkamer heb ik eerst even alle naambordjes gelezen of die 'etter' van een kinderarts uit Janneke haar zorgelijke periode ook nog verbonden was aan dit ziekenhuis. Dat bleek niet het geval.... Van tevoren had ik mijn verhaal eindeloos gerepeteerd maar dat was achteraf niet nodig geweest. 'Inderdaad' zei deze kinderarts: 'over die waarden, daar wordt over geschreven'. Meteen schreef hij een recept uit zodat Petra met Euthyrox [een vervanging van Thyrax] kon beginnen. Na een week was er de uitslag van het bloedonderzoek wat helemaal het bewijs gaf van mijn vermoedens. Er waren antistoffen tegen de schildklier gevonden. Sterke aanwijzingen voor auto antistoffen die neigen naar hypothyreoïdie.?

Met Petra gaat het instellen op de medicijnen heel erg moeizaam. Ze heeft de afgelopen maanden hele goed periodes gehad, maar ze is lang niet stabiel. Meestal breng ik haar naar school. Haar grootste angst is dat ze dit schooljaar moet overdoen. Alle medewerking hebben we van de kinderarts, voor hem is helemaal duidelijk dat de schildklier een grote stoorzender is in onze familie. Regelmatig vertelt hij ons dat hij niet alles weet. Hij heeft contact opgenomen met een endocrinoloog in het AMC in Amsterdam. Jammer is het, dat een uitslag zo enorm lang op zich laat wachten. Het bericht uit Amsterdam was onder andere, dat het met Petra wel heel goed mogelijk was dat, wanneer ze goed ingesteld was op de Euthyrox, ze nog niet klachtenvrij zou zijn. Verder onderzoek is nodig.

Ik ben heel erg benieuwd wat er uit dat bloedonderzoek komt. Te zijner tijd hoop ik in dit verslag een goed vervolg neer te kunnen zetten. Ik moet er niet aan denken, dat het instellen op de medicijnen indertijd met Janneke net zo moeizaam was gegaan als met Petra. Dat idee alleen al benauwd mij, want dan was het met Janneke nooit één keer zo goed geweest als het nu is.

...de familie verder...

Het balletje komt meer en meer aan het rollen. Zussen onderling gaan bellen om te praten over de problemen die ze hebben met hun kinderen.

Mijn zus zelf wilde naar de huisarts om, of aan de pil, of aan de antidepressiva voor haar PMS klachten [pre-menstrueelsyndroom]. Al in 1995 was haar dit aan geraden om te gaan gebruiken. En dan gaat het inmiddels om klachten waar niet meer mee te leven valt.

Ik wist precies hoe ze haar voelde. 'Thea' zei ik 'Je wilt een week voor je ongesteldheid scheiden of zelfmoord plegen. En steeds wanneer je ongesteld bent geworden denk je; potverdorie, ben ik er weer ingetuind! De hormonen!'.

Ik kon haar vertellen dat ik sinds het ontdekken van mijn hypothyreoïdie nu totaal van deze klachten af ben! In tegenstelling tot vroeger heb ik helemaal geen last meer van stemmingswisselingen. Een genot voor mij en mijn huisgenoten!

Mijn zus heeft zich op TSH laten prikken. Ze zou een week later gaan bellen om de uitslag. Twee dagen later werd ze zelf gebeld want haar TSH was 7 en het Ft4 was 11.03. Duidelijk wordt nu waarom ze al van jongs af aan obstipatieklachten heeft. Waarom haar oudste kind een groeiachterstand had bij zijn geboorte en... waarom ze tot 2 keer toe een late miskraam had en één keer een te vroeg geboren kindje...

...en ook dochter nummer twee...

Omdat Marian, onze middelste dochter, 2 zussen èn een moeder, èn twee tantes heeft met hypothyreoïdie, vond ik het vrij logisch om haar ook te laten onderzoeken op een eventuele trage schildklier.

Marian is een hele vrolijke meid die volop van het leven geniet. Ze studeert, heeft daarnaast een baantje in een supermarkt en gaat op z'n tijd lekker uit.

Marian haar voornaamste klacht is haar huid. Met name haar ogen en mond geven verschijnselen wat aan allergie doet denken. Haar verslechterde conditie weten we aan een nieuwe studie waarvoor ze ook elke dag 4 uur moet reizen. Van baby af aan heeft ze wel diarree, maar dat ga je gewoon vinden. En haar menstruatie is wel matig maar dat is ook wel weer handig!

Kortom, geen persoontje waarvan je zou denken dat haar schildklier niet goed zou functioneren. Perplex was ik dat haar TSH waarde 6.13 bleek te zijn. Voorbereid was ik op een lagere waarde, ik zou ook gevraagd hebben om bloedonderzoek naar eventuele antistoffen. Maar meteen is ook Marian doorgestuurd naar dezelfde kinderarts ondanks haar 18 jaar.

Ik tref het deze keer geweldig met de arts. Hij wil verder kijken wat er in onze familie aan de hand is. Gelukkig want mijn 2 zussen en ik hebben klachten vanaf de kleuter en/of pubertijd. Maar alles werd langzamerhand gewoon gevonden... Voor ons heeft het gevolgen gehad die niet terug te draaien zijn...

Wat ons benauwd is het feit dat die hypothyreoeïdie er insluipt. Hoe kunnen we ellende voorkomen bij onze kinderen en onze eventuele kleinkinderen?

Hypothyreoïdie is niet erg wanneer je er op tijd voor wordt behandeld. Maar o wee, als het niet wordt onderkend. Dan kan het dramatische gevolgen hebben.

Al met al zijn we dolgelukkig dat we met medicijnen ons leven beter dan ooit kunnen voortzetten. Mijn zus heeft zich na de diagnose meteen laten inschrijven voor een opleiding waarvan ze dacht dat die te moeilijk voor haar zou zijn. Tegen die tijd is ze misschien aardig ingesteld en ik weet dat het haar gaat lukken! Wij zijn immers DOORZETTERS!

Als allerlaatste wil ik de belangrijkste persoon in mijn leven noemen. Iemand die nergens in het verslag vermeld staat maar die mij onvoorwaardelijk in alles tot een onmisbare steun is geweest. En dat is mijn echtgenoot Jan! In goede en slechte dagen, hij was er altijd!

Reacties zijn welkom: christalieneke@hotmail.com


NABERICHT december 2007

Het gaat geweldig met onze drie dochters. Petra is langzamerhand dankzij de medicijnen hersteld. In plaats van altijd moe op de bank....doet ze nu twee verschillende stages tegelijk en heeft er nog een baantje bij bovendien. Tussendoor zit ze én bij een drumband en bij een harmonieorkest. Een druk leven waarbij ze op dit moment nooit meer een dag hoeft te verzuimen vanwege fysieke klachten!
En dat wilde ik heel graag aan het eind van dit jaar nog even kwijt!

(Terug naar boven)