Het verhaal van Irma
Mijn klachten werden toegeschreven aan mijn schildklier. Tot ik bijna niet meer kon eten…

Augustus 1998: Zwangerschap ... het begin van alle klachten

Maart 2001: Een te traag werkende schildklier

Mei 2002: Coeliakie

Februari 2004: Terugblik

Moraal van dit verhaal
 

<< Terug

Irma kreeg na haar tweede bevalling hypothyreoïdie. Alle klachten die ze had werden toegeschreven aan de hypothyreoïdie. 

Ze bleef echter maar schommelen van hyper naar hypo. Pas een jaar later, toen ze in korte tijd 5 kg was afgevallen, werd coeliakie ontdekt. 

Augustus 1998: Zwangerschap ... het begin van alle klachten…
Al vanaf het moment dat ik – in 1998 - zwanger was van onze eerste (ik was toen 36) kreeg ik ontzettend veel klachten. Ik was in de zwangerschap extreem moe en misselijk. Ik had zoveel last van misselijkheid, maagzuur, boeren en winderigheid dat ik soms niets kon eten en zittend moest slapen.

Na de zwangerschap gingen mijn klachten tot mijn verbazing niet goed over. Ik hield bijvoorbeeld maar last van maagzuur. Daarnaast vond ik mezelf erg vergeetachtig en somber. De huisarts vond dat ik een postpartum depressie had en schreef anti-depressiva voor. Daar knapte ik wel van op, alleen de enorme vermoeidheid bleef. Ik was al snel weer zwanger en ja hoor, alle klachten kwamen weer terug. En die keer ging het na de bevalling níet over. De borstvoeding ging moeizaam. De kilo’s van de zwangerschap wilden er niet af. Ik zat veel te piekeren, terwijl het met de baby prima ging. Ik had huilbuien en was vaak boos op mezelf omdat ik alles vergat en me zo ‘dom’ voelde. Ik zag op tegen sociale contacten. Ik kreeg wéér anti-depressiva en dacht snel van alles af te zijn, maar helaas …. Ik werd alleen maar beroerder.  

terug naar boven

Maart 2001: Een te traag werkende schildklier…
4 maanden na de bevalling (het was toen maart 2001) werd uiteindelijk een te traag werkende schildklier vastgesteld. Ik kreeg daarvoor medicijnen (schildklierhormoon). Het begon me echter op te vallen dat ik me bij geen enkele dosis schildklierhormoon redelijk voelde. Bij 25 mcg thyrax voelde ik me zwaar hypo en bij 37,5 mcg thyrax of meer schommelde ik van hyper naar hypo. De meeste tijd voelde ik me hyper, terwijl ik wel ‘normale bloedwaardes’ had (lees: ze vielen binnen de referentiewaarden). Als ik hyperde, dan was ik continu nerveus, prikkelbaar en sliep bijna niet. Erg vreemd, want ik ben van mezelf erg rustig en sliep voorheen altijd prima. En na een periode van hyperen voelde ik me ineens een week hypo. Het begon me op te vallen dat dat altijd gepaard ging met maagdarmklachten.  

terug naar boven

Mei 2002: Coeliakie
Mijn maagdarmklachten werden langzaam aan steeds erger. De internist gooide alles op de schildklier en wilde niets doen. Toen ik bijna niets meer kon eten en in een maand tijd 5 kilo afviel, heb ik om een andere arts gevraagd. Die arts vroeg, nadat ik 5 minuten binnen was, meteen of hij een dunnedarmbiopsie mocht doen. Hij dacht dat ik coeliakie had. Het bleek een schot in de roos te zijn.

De coeliakie verklaarde het geschommel van hyper naar hypo en het niet ingesteld kunnen raken: T4 (thyrax) is een stof die moeilijk opgenomen wordt door de darm. Bij mij werd de T4 wisselend opgenomen, waardoor ik soms hyper en soms hypo was.

Gelukkig had ik verder geen andere voedingstekorten en ook geen botontkalking. Inmiddels was het mei 2002. Ik ging op dieet en merkte al na enkele dagen (!) een enorme verbetering. Na 2 weken was ik van de ergste klachten af. Inmiddels had ik behalve thyrax ook T3. Helaas duurde het daarna nog anderhalf jaar voordat de verbetering intradt. Een jaar na de diagnose coeliakie bleek ik ook nog B12 gebrek te hebben.

Het extreme hyperen kwam achteraf door een tekort aan T3 en een tekort aan B12 (ik slik nu 75 mcg T4 zonder te hyperen!).  

terug naar boven

Februari 2004: Terugblik
Al met al had ik jarenlang schommelende schildklierwaardes en sliep erg slecht. Dat alles was natuurlijk een ramp voor m’n stemming. Daarnaast had ik weinig energie. Ook heb ik nog een tijd gewerkt met al die klachten. Toch redde ik het met 2 kinderen. Ik wilde hoe dan ook niet dat de kinderen eronder zouden lijden. Dat ging ten koste van andere dingen. Sociale contacten had ik bijna niet. In het huishouden liet ik héél veel liggen. We werden een grootverbruiker van krielaardappeltjes en blikken bonen. Ik deed niets meer aan mijn hobby’s maar hing, zodra de kinderen naar bed waren, voor de t.v. Ik raakte gestressd en gefrustreerd want ik kon niet leven zoals ik wilde. Ik kon niet de moeder zijn die ik wilde.

Het meest frustrerende was, dat dit allemaal te voorkomen was geweest, als artsen iets beter naar me geluisterd hadden. Voor mezelf kan ik het achteraf best positief zien. Ik heb veel geleerd over hoe mijn lichaam in elkaar zit. Alleen: de eerste jaren met onze kinderen, die komen nooit meer terug. En die werden téveel beïnvloed door mijn klachten.

Het gaat nu beter, maar klachtenvrij ben ik nog niet. Ik slaap weer maar ben nog snel moe. Vooral als ik lichamelijk actief wordt. De maagdarmklachten zijn gelukkig voor het merendeel verdwenen. Na veel strijden en vechten zit ik voor 50% in de WAO (ik werkte voorheen 20 uur).

Achteraf gezien…
Achteraf gezien had ik al in mijn vroege jeugd klachten van coeliakie. Op mijn vijfde jaar belandde ik bij een kinderarts met klachten van obstipatie, flauwvallen en een soort van reumatische pijnen in mijn benen (die als groeipijnen werden bestempeld). Ik was vaak moe en sliep veel. De arts constateerde een soort epileptische activiteit in een bepaald deel van mijn hersenen en schreef anti-epileptica voor. Die heb ik tot mijn twaalfde geslikt. Het flauwvallen ging over, maar de andere klachten bleven. Vanaf mijn puberteit werden ze geleidelijk aan erger. Ik kreeg heel langzaam aan meer last van vermoeidheid en vaak ziek zijn. Achteraf had ik inderdaad vaak een opgeblazen gevoel na de maaltijd en was ik wat vaker dan gemiddeld misselijk. Maar ja, ik wist niet beter….

Een jaar vóor mijn eerste zwangerschap kreeg ik plotseling last van winderigheid. Ik ging zelf aan de slag om de oorzaak te achterhalen en ging er niet mee naar de huisarts. Nu weet ik dat je met zo’n klacht juist wél naar je huisarts moet gaan.  

terug naar boven

Moraal van dit verhaal
Als je onverklaarbare klachten hebt, laat het er niet bij zitten en zorg dan dat je verder onderzocht wordt! Hypothyreoidie kan samengaan met andere ziektes.  

terug naar boven

 

Irma, Februari 2004